We zijn in 1814, in de Auvergne, in de donkere dennenbossen van Livradois, in de buurt van de Chaise Dieu. Gaspard en zijn mooie nicht Anne-Marie zien hun liefde gedwarsboomd en hun leven op zijn kop gezet vanwege een schat die een oude oom, die zijn fortuin heeft gemaakt in Guadeloupe, heeft begraven in de bergen van de Auvergne.