In 1945 keert Matthias Meyer, 18 jaar oud, uit Auschwitz terug. Zijn familie is vermoord, de winkel van zijn vader leeggeroofd. Een boerenfamilie biedt hem onderdak; de jonge dochter Mieke heelt zijn wonden. Vastbesloten te overleven sticht Matthias met haar een familie: hun vier zoons zullen de naam Meyer voortzetten. Matthias begint een carrière in de strafrechtadvocatuur: misdadigers verdedigen. Een lucratieve keus, maar de Maastrichtse bourgeoisie haalt haar neus op voor de 'kleine jood'. De familie blijft op zichzelf aangewezen en de Meyers moeten het van elkaar hebben, leren de zoons al jong. Matthias geeft zijn opgroeiende jongens joodse namen – terug naar de roots, én recalcitrantie: híj, niemand anders, bepaalt wat hun identiteit is.
Begin jaren 70 studeren alle zoons van Matthias rechten en Theo, de enige zoon die zich af en toe tegen de patriarch verzet, studeert als eerste af: de kroonprins van de Meyerdynastie. Matthias verzoent zich met de lastpak en geeft hem een eigen kantoor. Hij verlaat zijn vrouw Mieke, om met zijn joodse vriendin Rivka te gaan samenwonen. De jongens blijken niet in staat hun moeder te troosten. Halverwege de jaren 80 vormen de vier zoons met hun vader een ijzersterk merk. Meyer is dé naam in de Nederlandse advocatuur. Maar dan gaat het mis met Theo als hij door drugsverslaving in strafrechtelijke problemen komt. Op aandringen van Mieke schiet Matthias zijn verloren zoon te hulp.
Matthias slaagt erin Theo vrij te pleiten. Maar Theo blijft recalcitrant en Matthias keert zich definitief van hem af. Nu is Benjamin papa’s oogappel en mag hij naast zijn vader optreden in spectaculaire processen. Er is een groeiende publieke belangstelling voor criminaliteit, ook het OM gaat het belang van pr inzien. Benjamin geniet van alle de aandacht. In zijn honger naar vriendschap en bewondering schurkt hij soms gevaarlijk dicht tegen zijn criminele cliënten aan. Matthias waarschuwt hem, maar hij heeft zijn zoon niet meer in de hand. Een dansje met Desi Bouterse is breaking news en nu is het Benjamin die de familienaam te schande dreigt te maken.
Benjamin Meyer is op het toppunt van zijn roem, maar hij kan voor zijn broers niet verhullen hoe diep hij in de problemen zit. Hij wordt gemanipuleerd door topcriminelen en het Openbaar Ministerie dreigt zijn rol aan de kaak te stellen. Als ook de fiscus Benjamin dreigt aan te pakken, moeten zijn broers de maatschap redden door Benjamin eruit te zetten. Na deze nederlaag hoopt Benjamin zich te rehabiliteren, maar hij schoffeert de rechterlijke macht en beantwoordt kritiek op zijn beroepsfouten met dédain. Benjamin zal, net als Theo, uit de advocatuur worden gezet en ten slotte hangt Aron, zijn oudere broer, hetzelfde boven het hoofd. Matthias Meyer, aan het eind van zijn dagen, roept zijn zoons, alle vier, nog eenmaal bij elkaar: zijn maatschap mag te gronde zijn, zijn familie – als het erop aankomt het belangrijkste – is nog te redden.