Harpagon, een vrek met een zéér slecht karakter, valt zelf ten prooi aan zijn enige passie : een kist vol goudstukken. Om alles voor zichzelf te kunnen houden, moet hij echter wel verkroppen dat zijn zoon trouwt met een berooide bruid en zijn dochter met zijn eigen rentmeester.

Harpagon
Maître Jacques
Frosine
La Flèche
Brindavoine
La merluche
Le commissaire
Valére
Anselme
Maître Simon
Dame Claude
La mère de Marianne